Sigma Zaandam
Rond 2000 heeft Sigma-coatings de fabricage van verf op haar locatie aan de Zaan in Zaandam beëindigd.

Hiermee kwam een einde aan de verfproductie, die in 1723 door de verfmolen van Jan Pieterszoon Schoen was gestart. Op deze prachtige locatie aan de rivier wilde de gemeente een woningproject realiseren. De woningen zijn door Dura-vermeer ontwikkeld.

Door de eeuwenlange verfproductie zijn zowel grond als grondwater tot grote diepte sterk verontreinigd met aromaten en minerale olie. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken, is de verontreinigde grond ontgraven. Het bleek echter niet mogelijk alle verontreiniging te verwijderen.
Dura-vermeer heeft daarom Endanco gevraagd om een nazorgsysteem te ontwikkelen en zorg te dragen voor de goedkeuring van dit nazorgsysteem. Het nazorgsysteem bestaat uit een drainagestelsel om de verontreinigingspluim te beheersen, dat wil zeggen: ervoor te zorgen dat deze niet groter wordt. De drains worden onderbemalen en het water wordt via een olie-waterscheider op de gemeentelijke riolering geloosd.
Door natuurlijke afbraak wordt de verontreiniging langzaam teniet gedaan.

Alleen uit de grote hoeveelheid putdeksels blijkt nu nog dat in de ondergrond de verontreiniging intensief wordt beheerst.
De nazorg bestaat uit:
In het nazorgplan is berekend dat het nodig is om minimaal 30 jaar grondwater te onttrekken. Gedurende deze lange periode blijft de projectontwikkelaar volgens de wet aansprakelijk voor de maatregelen.
Omdat de ontwikkelaar deze nasleep niet wenste is de nazorg overgedragen aan Endanco.
Endanco heeft de nazorg voor een vast bedrag overgenomen waarbij de verantwoordelijkheid voor de nazorg volledig bij Endanco berust. Dit betekent dat de nazorg beschikking op naam van Endanco is gesteld en Endanco de volledige verantwoordeljkheid hiervoor draagt.
Tankstation Breda
Door een tankstation is de bodem over een groot oppervlak verontreinigd geraakt. In de jaren 90 is het tankstation gestaakt en is de verontreiniging door SUBAT gesaneerd. Zelfs na een tweede saneringspoging bleek nog een restverontreiniging achter te blijven. Het betrokken ingenieursbureau stelde vast dat de condities voor natuurlijke afbraak goed zijn, waardoor verdere sanering niet noodzakelijk is.
De huidige terreineigenaar is contractueel verplicht de achtergebleven verontreiniging en de mate van natuurlijke afbraak te monitoren. Indien uit de periodieke metingen blijkt dat de verontreiniging te weinig afbreekt of verspreidt moeten aanvullende maatregelen worden genomen.
De terreineigenaar heeft deze zorg aan Endanco overgedragen. Voor een vaste afkoopsom is de beschikking van de nazorg op naam van Endanco gesteld. Endanco regelt alle metingen en rapportages en is de risicodragende partij.