Bij bodemsanering hoeft de verontreiniging niet meer helemaal te worden opgeruimd. Ze mag in de grond blijven. Voorwaarde is wel dat de sanering de bodem geschikt maakt voor de functie die deze in de toekomst krijgt. Bijvoorbeeld bedrijfsterrein, woonwijk, park, speelplaats of parkeerplaats.
Een tweede voorwaarde is dat de achtergebleven verontreiniging zich niet verspreidt. Soms kan dit niet worden voorkomen. In dat geval eist de overheid nazorg van de bodemsanering. U moet u de grond dan nauwkeurig beheren. Door middel van controlebemonstering, soms met pompen, zuiveringsinstallaties en ondergrondse constructies.
Dit is een langdurige en specialistische opgave. Een proces dat voortdurend in de gaten moet worden gehouden. U moet er als het ware bovenop zitten.
Er zijn ook risico's. Bijvoorbeeld het risico dat er langer moet worden gepompt of gezuiverd dan gepland. Of dat de verontreiniging zich anders gedraagt dan verwacht, waardoor nieuwe saneringsmaatregelen moeten worden uitgevoerd. De kosten kunnen dan veel hoger zijn dan vooraf geraamd.